SEARUSH - INNOVATIE DOOR TRIAL & ERROR

Werkt dat? Innoveren door gewoon te beginnen? Door steeds de meest uitdagende optie te kiezen? Door alle platgetreden paden te negeren? Door verrassende samenwerkingen op te zoeken? Door elke tegenvaller te verwelkomen als waardevolle input? En dan ook nog eens een belachelijk korte deadline te hebben? Ja, dat lijkt te werken in project SeaRush, het onwaarschijnlijke verhaal van een team dat geen ‘nee’ accepteerde.

Dat verhaal start als het ministerie van Defensie in 2024 aan MARIN vraagt een ecosysteem te helpen ontwikkelen voor de schaalbare productie van betaalbare uncrewed surface vessels (USV). De Koninklijke Marine ziet namelijk de internationale spanningen, maar ook de krapte op de arbeidsmarkt toenemen. Daarom ontwikkelt ze nieuwe operationele concepten waarin onbemenste eenheden effectief en schaalbaar samenwerken met bemenste eenheden. Het doel is kort-cyclisch leren innoveren via nieuwe productiemethoden, modulaire toepassing van technologie en samenwerking met niet-traditionele partners. Project SeaRush is een feit.
Ecosysteem in kaart

Een team specialisten van MARIN’s afdelingen Defence en Performance at Sea pakt die uitdaging op en besluit te onderzoeken of je een USV op ware grootte 3D kunt laten printen. Volgens hun inschatting zou dat snel moeten kunnen. Bovendien is het materiaal goed recyclebaar voor een volgende iteratie en is het printproces eenvoudig aanpasbaar. Met behulp van een zelf ontwikkelde zoek-tool brengt het team in kaart welke bedrijven, technieken en materialen binnen Nederland relevant zijn voor het produceren van onbemande systemen. Ze komen uit bij CEAD uit Delft die groot formaat 3D-printers maakt en bij IMPACD Boats uit het Friese Woudsend met ruime ervaring in het 3D-printen, engineeren en afbouwen van vaartuigen.
MARIN | SeaRush de geprinte ‘badkuip’
De geprinte ‘badkuip’ als eindresultaat en tijdens Maritime Uncrewed in Den Helder.

Badkuip

Het eerste model is overigens puur een test om te beoordelen of 3D-printen überhaupt een optie is. Maar dat heeft al heel wat voeten in de aarde. Zo stopt de printer er tot twee keer toe mee, halverwege een printopdracht. Wat doe je dan? Opnieuw beginnen? Het restant los printen en eraan vast lassen? Gewoon doorprinten waar je was gebleven? Het wordt de laatste en meest lastige optie, waarin het aanhechtingspunt opnieuw op temperatuur gebracht moet worden. Maar op 9 juli 2025 staat de ‘badkuip’,
zoals het model liefkozend wordt genoemd, wel degelijk te pronken op de pier van Den Helder tijdens een roadshow van de Koninklijke Marine. Ondertussen zijn de voorbereidingen voor een tweede model dat daadwerkelijk kan varen al in volle gang. De buitenboordmotor daarvoor is afkomstig van Honda, die, dankzij de interfacing met de aansturing van het Italiaanse UltraFlex, ook extern kan worden bediend.

Race tegen de klok

In januari 2026 gaat de inzet van SeaRush steil omhoog. Defensie wil tijdens de Maritime Uncrewed Sea Trials (MUST) in juni op de Noordzee demonstreren hoe meerdere USV’s in vlootverband kunnen samenwerken met bemande eenheden. Wat volgt, is een race tegen de klok waarbij alle betrokkenen binnen en buiten MARIN grenzen verleggen. Just Settels en Arnout Anneveld zijn er bij MARIN voor verantwoordelijk dat de twee nieuwe prototypen, de FENDER 1 en 2, in juni op tijd aan de streep verschijnen. Just: ‘We zijn voortdurend bezig met uitzonderingen op de regels, met het oprekken van grenzen. En dan loop je tegen allerlei muren op. Want waar en hoe verzeker je bijvoorbeeld zo’n USV? Hoe regel je toestemming voor zendfrequenties? Hoe tackle je alle regelgeving waaraan je moet voldoen om onbemand te mogen varen? Dat soort zaken. Deel van onze opdracht is om niets op de automatische piloot te doen. Dat maakt het leuk en uitdagend, maar het vreet ook tijd. Anderzijds, je komt ook onverwachte kansen tegen. Voorbeeld: traditioneel werk je bij het ontwerp van een romp met dwarsspanten. In een 3D-print kun je kokerspanten over de hele lengte van de romp mee printen. Je kunt dan lichter bouwen, anders dimensioneren en die langspanten als kabelgoot gebruiken.’

Arnout vult aan: ‘Het is heel inspirerend om te zien hoeveel nieuwe deurtjes we hebben opengetrokken tijdens dit proces. Allerlei zaken die we hiervoor niet kenden of deden. Je verkent een markt, je werkt samen met bedrijven die je daarvoor niet kende, je maakt samen concrete dingen. Dat gaat zoveel mogelijkheden opleveren voor MARIN in de toekomst.’

Learning experience

Het printen van de twee FENDERs gebeurt op de gloednieuwe printer van IMPACD Boats met een printbereik van 10 meter. Maar dan blijkt dat die prototypes langer moeten worden, eerst 11 en uiteindelijk zelfs 11,5 meter. Of de printer verlengd kon worden naar een bereik van 12 meter. Marieke de Boer van IMPACD Boats: ‘Die wendbaarheid heb je nodig om dit soort innovatietrajecten tot een goed einde te brengen. Vanuit het geloof dat het kan, pak je uitdaging voor uitdaging op. Alles is een learning. Kunnen we geen spuitcabine krijgen? Dan bouwen we die zelf. Mogen we het model niet vervoeren? Dan haalt iemand gewoon het vrachtwagenrijbewijs. Printmateriaal niet geleverd? Dan schakelen we binnen drie dagen over op ander materiaal, en kunnen we ineens 30 uur besparen op tien dagen printen voor een model. Die mindset, dat je de limieten opzoekt en de status quo niet accepteert als samenwerkingspartners, daar ben ik trots op.’
Het tweede model tijdens een proefvaart op de Rijn | Het printen van een FENDER in volle gang bij IMPACD (foto Maarten de Geus)

KNOWONE

Voor de softwarekant van SeaRush moeten we even terug in de tijd. In 2022 start namelijk het kennisontwikkelingstraject KNOWONE waarin MARIN voor Defensie onderzoekt hoe USV’s zelfstandig formatie kunnen varen en een manoeuvrerend bemand schip volgen. Die zoektocht vertaalt zich in software om dat te kunnen demonstreren op een simulator.

Egbert Ypma, senior projectmanager bij MARIN, hielp Defensie bij het optimaliseren van de software: ‘Met behulp van een mobiele simulator zijn wij op locatie de discussie aangegaan met toekomstige operators. Oké, je wilt steeds meer doen met minder mensen. Hoe zie je dan die interactie tussen bemande en onbemande eenheden voor je. Hoe wil je die inzetten? Wat heb je nodig voor de toekomst?’ Dat, in combinatie met de geopolitieke veranderingen in de wereld, bracht het denken bij Defensie over de toepassingen van USV’s in een stroomversnelling en dus ook de vraag naar prototypes USV’s voor de test in de praktijk. En dan zijn we weer bij SeaRush, waar de KNOWONE-software moet migreren naar een nieuwe softwarearchitectuur voor gebruik aan boord van USV’s.’

Olivier Schnitzeler is bij MARIN technisch projectleider voor die softwarearchitectuur en van de testomgeving waarin zijn team de hardware van diverse leveranciers integreert. Hij verbaast zich nog steeds over hoeveel ze hebben bereikt in zo korte tijd: ‘In september 2025 was ik aanwezig bij een oefening in Portugal. Daar sprak ik een partij die daar het soort platform demonstreerde wat wij voor ogen hadden. Ze hadden er drie jaar aan gewerkt met een team van 40 software engineers, en daaromheen 60 mensen die de engineering van de boot zelf deden. Ik vertelde toen dat ik volgend jaar ook een demonstratie wilde gaan geven met twee USV’s, maar dat we nu nog niets hadden en met een team van zeven waren. ‘Succes’, kreeg ik terug.’

Plug & Play Testopstelling

Die uitdagingen beginnen direct al op eigen grondgebied, want waar kun je binnen MARIN snel met experimentele software en hardware aan de slag zonder de cyber security in gevaar te brengen? Nergens. Dus opereert het team in een ‘gap’, ergens op de vierde verdieping van gebouw B, los van alle MARIN-systemen. Ze krijgen ondersteuning van vier software engineers van Eagle Science uit Amsterdam. De heilige graal daarbij is een plug & play testopstelling te ontwerpen waarin je verschillende componenten en sensoren kunt inprikken en verwijderen. Bijvoorbeeld een motor. SeaRush stapt namelijk over van de Honda buitenboordmotor naar een binnenboordmotor van Diemmax Marine, een Nederlandse fabrikant uit Kootwijkerbroek: de Diemmax 6-260. Die beschikt over het benodigde vermogen voor oefeningen op de Noordzee en is minder kwetsbaar, en biedt eveneens de mogelijkheid om direct met de motor te kunnen praten via de door Diemmax zelf ontwikkelde electronic control unit. Bovendien levert Diemmax ook een eigen autonoom besturingssysteem dat al bij meerdere defensiepartners draait.
Olivier: ‘Voor het integreren van de motor hebben we twee microcontrollers ingericht. Een voor de aansturing, zodat wij tegen de motor kunnen praten, en een om de motor te emuleren. Die combineren we met onze data uit xSimulation, met onder andere gegevens over het toerental van de motor, de roerhoek, de snelheid door het water et cetera. Zo kunnen we dus een hele boot simuleren, inclusief alle gegevens die zo’n boot genereert. Maar de kracht is dat als we andere software op de microcontroller laden en een boot met een andere motor in xSimulation opstarten, we in no time een andere boot kunnen testen.’

Sleutel tot succes

De sleutel tot succes zit wat Olivier betreft ook hier in het alles ter discussie durven stellen, alle ontwerpvragen langslopen, zaken terug durven draaien en snel besluiten kunnen nemen. Voor Gert van den Brink, van Diemmax, was juist dat de reden om met MARIN in zee te gaan: ‘Inhoudelijk was het voor ons niet eens de grootste uitdaging, daar waren we vrij snel uit. Het gaat er mij om dat je allebei dezelfde taal spreekt en elkaars ambitie deelt. MARIN’s vraag paste goed in het modulaire bouwen waarin we zelf willen groeien. Alles geven in een krappe tijdslijn, nu schakelen, daar ga ik op aan. Dan kun je veel bereiken in drie maanden.’

En dat moet ook wel, want MUST in juni is dichtbij. Bij die oefeningen zal het in eerste instantie gaan om het veilig in en uit het water halen van de twee USV’s, diverse manoeuvres, en natuurlijk het in formatie ergens naar toe varen, in combinatie met het bemande fregat. Of dat een van de USV’s een deelopdracht uitvoert en weer terugkeert in formatie.
De testopstelling | De eerste FENDER gaat te water

Saluut

Op 1 juni start MUST met de eerste real life testen in Den Helder. Vanaf de tweede week volgen meer complexe oefeningen op de Noordzee. Maar ook na MUST gaat dit innovatietraject verder. Veel vervolgvragen die vanwege de tijdsdruk van SeaRush terzijde zijn geschoven, komen dan boven op de stapel te liggen in het nieuwe project Oceans. Maar dat is voor later. Voor nu een saluut aan een team dat liet zien dat je kunt innoveren tegen de klippen van het haalbare op: door trial & error.

meer weten?

Neem voor meer informatie contact op met Jos Schreurs.